B-V Advocaten & Partners

Praktijkgids Drugs

De administratieve aanhouding

Barbara Wydooghe

 

1. De wet

De Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen behandelt de mogelijkheid van de administratieve of bestuurlijke aanhouding in artikel 9ter (Ingevoegd bij art. 38 van de Wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, BS 28 juli 2006).

Artikel 9ter bepaalt: “De persoon die, op een voor het publiek toegankelijke plaats, kennelijk onder invloed van verdovende of psychotrope stoffen wordt aangetroffen, kan, indien zijn aanwezigheid, hetzij voor een ander hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar veroorzaakt, onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, bestuurlijk worden aangehouden voor maximaal zes uur. Hij ontvangt, indien zijn toestand zulks vereist, de nodige geneeskundige zorg.

De gerechtelijke autoriteiten worden hiervan in kennis gesteld.

De politie informeert deze personen op het moment van hun vrijlating over de mogelijkheden inzake vrijwillige hulpverlening en deelt hen, zo mogelijk, de nodige adressen en contactpunten mee.”

De bestuurlijke of administratieve aanhouding, kan men omschrijven als een dwangmaatregel. De administratieve aanhouding is geen aanhouding van een persoon die verdacht wordt van een misdrijf. Het is echter een preventieve vrijheidsberoving, die kan uitgevoerd worden los van de vraag of de verdachte een misdrijf heeft gepleegd (Liga voor Mensenrechten vzw, “De rechten van de arrestant”, Informerende brochure door de Liga voor Mensenrechten over de rechten van burgers in contact met de politie, www.mensenrechten.be).

De bestuurlijke aanhouding kan door de politie worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van haar opdracht als administratieve politiedienst.

Een administratieve aanhouding mag nooit meer tijd in beslag nemen dan nodig is, om bv. de openbare orde te herstellen en dient bijgevolg worden opgeheven zodra de reden ervoor is weggevallen.

De duur van de vrijheidsberoving gaat in op het moment dat de betrokken persoon niet langer kan gaan en staan waar hij wil door de interventie van een politiebeambte of -autoriteit (Politiekrant PZ5429, 2 april 2014, http://pz5429.blogspot.be).

Artikel 31 van de Wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt (BS 22 december 1992) bepaalt dat de politieambtenaren bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie en onverminderd de bevoegdheden uitdrukkelijk toegekend bij wetten van bijzondere politie, in geval van volstrekte noodzaak kunnen overgaan tot bestuurlijke aanhouding:

1° van een persoon die hen hindert in het vervullen van hun opdracht het verkeer vrij te houden;

2°  van een persoon die de openbare rust daadwerkelijk verstoort;

3° van een persoon, ten aanzien van wie er op grond van zijn gedragingen, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden zijn om te denken dat hij voorbereidingen treft om een misdrijf te plegen dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, met als doel hem te beletten een dergelijk misdrijf te plegen;

4° van een persoon die een misdrijf pleegt dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, teneinde dit misdrijf te doen ophouden.

De administratieve aanhouding inzake drugs kan vallen onder lid 2 van artikel 31.

 

2. De achterliggende reden van de invoering van artikel 9ter Drugwet

De bestaande wetgeving liet niet toe maatregelen te nemen ten aanzien van een zwaar verslaafde van wie het gedrag aantoont dat hij onder invloed is, zodat er nood was aan een specifieke regeling voor druggebruikers. Het betreft een maatregel eerder “ter bescherming van” dan ter handhaving van de openbare orde (Parl. St. Senaat 2005-06, nr. 3-1775/5, 16).

De invoering van artikel 9ter van de drugwet werd verantwoord als volgt: “Verscheidene grote steden worden geconfronteerd met ronddolende junkies wier aanwezigheid meestal onder invloed van verdovende middelen, sterk bijdraagt tot het onveiligheidsgevoel. Om de bevoegdheden van de politie inzake bestuurlijke politie met betrekking tot druggebruikers aan te scherpen is het aangewezen om, naar analogie van de besluitwet inzake de openbare dronkenschap in een regeling te voorzien om de bestuurlijke arrestaties van deze junkies mogelijk te maken voor een periode van zes uur. Vermits deze personen zich situeren in een verslavingsproblematiek, minstens in een overdreven middelengebruik worden zij, bij hun vrijlating op de hoogte gebracht van eventuele bestaande hulpverleningsmogelijkheden” (Parl. St. Kamer 2005-06, nr. 2518/21, 10).

Men viseerde niet de cannabisgebruikers, maar wel de zware drugverslaafden (Parl. St. Senaat 2005-06, 3-1775/5, 16). Conform de wet en in de praktijk wordt de bestuurlijke aanhouding echter ook toegepast op cannabisgebruikers. Bovendien is het voor de politie niet altijd duidelijk of men onder invloed is van soft- of harddrugs.

 

3. Voorwaarden bij de administratieve aanhouding van druggebruikers

De administratieve aanhouding van druggebruikers kan enkel gebeuren:

1.         op plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek,

2.         indien de persoon kennelijk onder invloed is van verdovende middelen of psychotrope

stoffen wordt aangetroffen,

3.         indien zijn aanwezigheid, hetzij voor iemand anders, hetzij voor zichzelf, wanorde,

schandaal of gevaar veroorzaakt,

4.         onder de verantwoordelijkheid van een officier van gerechtelijke politie,

5.         gedurende maximaal 6 uur,

6.         met de voorziening in de nodige geneeskundige zorgen indien vereist,

7.         met verwittiging van de gerechtelijke autoriteiten en

8.         met een informatieverplichting voor de politie over de mogelijkheden van vrijwillige hulpverlening

De voorwaarden worden hieronder achtereenvolgens besproken.

 

1. De drugwet geeft geen definitie voor het begrip ‘plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek’.

De besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap (BS 19 november 1939) verstaat onder het begrip ‘openbare plaats’ zowel openbare plaatsen als dusdanig als de plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek. Formeel is een plaats openbaar wanneer die plaats voor het publiek – dat wil zeggen voor iedereen zonder onderscheid – toegankelijk is (J.-C. GUNST m.m.v. F. GOOSSENS, De officier van bestuurlijke politie, opdrachten en bevoegdheden, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 60).

 

2. Het is voor de politie niet altijd duidelijk uit te maken of iemand die zich vreemd gedraagt werkelijk onder invloed is van drugs of onder invloed van geneesmiddelen die niet onder de toepassing van de wet vallen (K. VAN CAUWENBERGHE, Handhavingszakboekje Drugs, Mechelen, Kluwer, 2009, 83). Het zal niet altijd evident zijn voor de politie om dit uit te maken op het terrein.

Het nagaan of een persoon kennelijk onder invloed van psychotrope of verdovende stoffen is, gebeurt aan de hand van uiterlijke kenmerken en gedragingen. Een drugstest zoals voorzien wordt in de verkeerswetgeving (cf. artikel 61bis van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer) kan hierbij enkel als hulpmiddel gebruikt worden: ze kan niet verplichtend opgelegd worden (J.-C. GUNST m.m.v. F. GOOSSENS, De officier van bestuurlijke politie, opdrachten en bevoegdheden, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 60).

 

3. De aanwezigheid dient, hetzij voor iemand anders, hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar te veroorzaken.

Indien bijvoorbeeld een persoon die kennelijk onder invloed is van drugs, voorbijgangers aanklampt of probeert te hinderen, of naakt rondloopt of zich op de openbare weg begeeft en zo het verkeer in gevaar brengt, kan deze administratief worden aangehouden (K. VAN CAUWENBERGHE, Handhavingszakboekje Drugs, Mechelen, Kluwer, 2009, 83).

 

4. De administratieve aanhouding valt onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie.

Dit zijn de provinciegouverneurs, de arrondissementscommissarissen, de burgermeesters en de officieren van de federale politie en van de lokale politie (art. 4 van de Wet op het politieambt; E. DE RAEDT, H. BERKMOES, M. DE MESMAEKER, A. LINERS, De wet op het politieambt, handboek van de politiefunctie, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 85).

De officier van bestuurlijke politie dient de aanhouding te registreren. De registratie werd ingevoerd om misbruiken te vermijden en de chefs en de verantwoordelijke overheden in staat te stellen streng toe te zien op de onder hun gezag staande politieambtenaren. Dit register is niet openbaar. Het kan wel van belang zijn voor de aangehoudene omdat hij of zij op die manier kan bewijzen het slachtoffer te zijn geweest van een onrechtmatige aanhouding. Belangrijk voor de aangehoudene is bovendien dat de bestuurlijke aanhouding geen vermoeden van schuld inhoudt (E. DE RAEDT, H. BERKMOES, M. DE MESMAEKER, A. LINERS, De wet op het politieambt, handboek van de politiefunctie, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 619, met verwijzing naar de Memorie van toelichting bij het wetsontwerp op het politieambt, Parl.St. Kamer 1990-91, nr. 2, 106).

 

5. In tegenstelling tot de administratieve aanhouding bij dronkenschap die gedurende maximum 12 uur kan gebeuren, kan iemand onder invloed van drugs slechts voor maximum 6 uur administratief worden aangehouden (artikel 1 § 2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap (BS 18 november 1939); K. VAN CAUWENBERGHE “Enkele belangrijke wijzigingen van de Drugwet”, Vigiles 2006/5, p. 186-188).

Indien een persoon op een openbare plaats onder invloed is van drugs en tevens dronken is, kan de persoon gedurende maximum 12 uur administratief worden aangehouden, conform de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap (BS 19 november 1939).

Mijns inziens is het wenselijk de maximumduur van de administratieve aanhouding inzake drugs eveneens te bepalen op 12 uur, zoals bij de openbare dronkenschap. In dat geval zou er waarschijnlijk meer gebruik gemaakt worden van artikel 9ter Drugwet.

Een minimumtermijn zoals bij openbare dronkenschap (minstens 2 uur) is niet voorzien bij de administratieve aanhouding inzake drugs (J.-C. GUNST m.m.v. F. GOOSSENS, De officier van bestuurlijke politie, opdrachten en bevoegdheden, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 60-61).

In geval van samenloop van een gerechtelijke aanhouding in de zin van het artikel 15, 1e en 2e met een bestuurlijke aanhouding, mag de vrijheidsbeneming niet langer dan 24 uur duren. (artikel 32 wet op het politieambt).

Artikel 32 beoogt de gevallen waarin een geheel van identieke feiten of omstandigheden aan de grondslag liggen van de bestuurlijke aanhouding en waarbij de gerechtelijke aanhouding volgt op de bestuurlijke aanhouding (J.-C. GUNST m.m.v. F. GOOSSENS, De officier van bestuurlijke politie, opdrachten en bevoegdheden, Brussel, Uitgeverij Politeia nv, 2013, 62).

Het Hof van Cassatie heeft op 15 december 2015 een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling van 27 november 2015, vernietigd. Het Hof van Cassatie kon niet uitmaken of er in casu al dan niet sprake was van een samenloop van een gerechtelijke aanhouding met een bestuurlijke aanhouding in de zin van artikel 32 Wet op het Politieambt en of dienvolgens het bevel tot aanhouding regelmatig aan de persoon werd betekend binnen de vierentwintig uur vanaf zijn vrijheidsberoving. Het was niet duidelijk of de administratieve aanhouding op basis van hetzelfde feitencomplex als de gerechtelijke aanhouding gebeurde (P.15.1548.N/1, Cass. 15 december 2015, www.cass.be).

 

6. Artikel 9ter van de drugwet voorziet verder dat de druggebruiker die bestuurlijk wordt aangehouden de nodige geneeskundige zorgen ontvangt, indien zijn toestand zulks vereist.

In de praktijk wordt soms de ziekenwagen gebeld, zodat betrokkene wordt afgevoerd naar het ziekenhuis.

 

7. De gerechtelijke autoriteiten dienen verwittigd te worden van de administratieve aanhouding, onder meer opdat eventuele bestaandehulpverleningstrajecten niet doorkruist zouden worden(Parl.St. Kamer 2005-06, nr. 2518/21, 10).

Er werd nog geen Koninklijk Besluit uitgevaardigd die de modaliteiten van de verwittiging bepaalt.

De verwittiging gebeurt in de praktijk door middel van een administratieve akte (geen proces-verbaal) die overgemaakt wordt aan het parket ter attentie van de plaatselijke referentiemagistraat drugs. Dit gebeurt in de praktijk per fax of mail naargelang de politiezone. De bestuurlijke aanhouding inzake drugs komt in de praktijk echter weinig voor, in tegenstelling tot de bestuurlijke aanhouding in het kader van openbare dronkenschap, zodat er weinig verwittigingen gebeuren aan het parket.

8. Op het moment van hun vrijlating heeft de politie een informatieverplichting aan deze personen over de mogelijkheden van vrijwillige hulpverlening, met indien mogelijk mededeling van de nodige adressen en contactpunten.

In de parlementaire voorbereiding werd gesteld dat de informatie betreffende de hulpverleningsmogelijkheden mondeling kan gebeuren of door het overhandigen van een folder. Het is geenszins de bedoeling dat de desbetreffende politiedienst zich nadien informeert omtrent de reactie van de persoon in kwestie (Parl.St. Kamer 2005-06, nr. 2518/21, 10). Het aanbod van hulpverlening is in grootstedelijke regio’s doorgaans voldoende aanwezig in tegenstelling tot meer landelijke regio’s. Politiediensten zullen zich hierover voldoende moeten documenteren om de juiste doorverwijzingsinformatie te kunnen geven (K. VAN CAUWENBERGHE, Handhavingszakboekje Drugs, Mechelen, Kluwer, 2009, 83).

In de praktijk wordt een folder van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Sleutel meegegeven. De website www.desocialekaart.be biedt tevens via de zoekmodule adressen aan inzake hulpverlening.

 

4. Cijfers

Het Comité P heeft in 2013 49 klachten ontvangen met betrekking tot bestuurlijke aanhoudingen in het algemeen. Een groot deel van de klachten zou handelen omtrent het gebrek aan motivering met betrekking tot de volstrekte noodzakelijkheid zoals bepaald in de wet op het politieambt. Teneinde echter te kunnen nagaan of de administratieve aanhoudingen een probleem vormen, dienen we over meer cijfermateriaal te beschikken (Parl.St. Kamer 2014-15, QRVA 54 019 dd. 07.04.2015, Vraag nr. 121 en antwoord, 86-87).

Op nationaal niveau worden geen gecentraliseerde gegevens bijgehouden van het totaal aantal administratieve aanhoudingen verricht door de politie. Er zijn wel cijfers beschikbaar van het aantal administratieve aanhoudingen tijdens evenementen (voetbalwedstrijden, betogingen, festivals, enzovoort), dit op voorwaarde dat het betrokken politiekorps deze registreert in de daarvoor voorziene standaard informaticatoepassing, wat echter niet alle korpsen systematisch doen. Op nationaal niveau waren er tijdens evenementen 2.426 administratieve aanhoudingen in 2012 en 1.633 in 2013.

Het is niet mogelijk bovenstaande gegevens op te splitsen naar de concrete aanleiding voor de administratieve aanhouding (dronkenschap - drugs - Vreemdelingenwet - andere op basis van de Wet op het Politieambt), aangezien dit niet geregistreerd wordt in hoger vermelde informaticatoepassing (Parl.St. Kamer 2014-15, QRVA 54 019 dd. 07.04.2015, Vraag nr. 121 en antwoord, 86-87).

Het is aan te bevelen het aantal bestuurlijke aanhoudingen en het aantal klachten per reden van vrijheidsberoving te registreren.

Bestel uw exemplaar hier via https://www.larciergroup.com/praktijkgids-duiding-drugs-2016-9782804485078.html