24 maart 2026

Drugs in het verkeer

“Artikel 37bis, §1, eerste lid, Wegverkeerswet bestraft hij die op een openbare plaats een voertuig bestuurt, wanneer een speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, §1, van die wet de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de in die bepaling vermelde stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 62ter, §1, vermelde gehalte.

Artikel 62ter Wegverkeerswet bevat een regeling voor de analyse van het speekselstaal. Die werd door de Koning nader uitgewerkt met het koninklijk besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria.

De Wegverkeerswet kent geen bijzondere bewijswaarde toe aan het resultaat van een analyse van het speekselstaal uitgevoerd in overeenstemming met deze bepalingen.

De rechter beoordeelt vrij en derhalve onaantastbaar de bewijswaarde van het resultaat van de speekselanalyse. Hij kan op basis van andere hem overgelegde gegevens het resultaat van de speekselanalyse ter zijde schuiven.

De omstandigheid dat  een beklaagde geen gebruik heeft gemaakt van het in artikel 62ter, §4, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalde recht om een tweede speekselanalyse te laten verrichten, doet daaraan geen afbreuk.

Het Hof van Cassatie gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.

Het bestreden vonnis oordeelt als volgt:

  • de verweerder houdt ook in hoger beroep vol geen drugs te hebben genomen voor de controle;
  • hij onderging op de datum van de feiten om 19.02 een speekseltest (die positief resulteerde);
  • hij bood zich om 19.45u aan bij zijn huisarts aan waar hij onder toezicht een urinetest aflegde;
  • dit urinestaat leverde een negatief resultaat op;
  • op de rechtszitting in hoger beroep verklaarde de verweerder formeel dat hij in de zes maanden voor de feiten geen drugs meer had gebruikt, alsook dat hij op het ogenblik van de feiten tegenover de politie had aangegeven een bloedproef te willen ondergaan;
  • de rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van de urinetest;
  • er zijn geen wettelijke bepalingen in verband met de gegevens die moeten worden vermeld bij een urinetest.

Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat kan worden voorbijgegaan aan de resultaten van de analyse van het speekselstaal en dat de verweerder wegens twijfel moet worden vrijgesproken.”

Contacteer Barbara Wydooghe voor juridische bijstand via barbara.wydooghe@b-vadvocaten.be of op het nummer 016/88.02.18. De verzekering rechtsbijstand van uw wagen kan instaan voor de kosten en erelonen.

Drugs in het verkeer